Interview met Guido Weijers

De naam Guido Weijers heeft waarschijnlijk geen toelichting nodig. Hij draait al jaren mee in de top van het Nederlands cabaret. Hij speelt in rauwe stand-up comedy cafe’s, in theaters, maar ook in het Ziggo Dome en zijn Oudejaarsconferences op TV halen steevast miljoenen kijkers. En ooit bedacht hij de Bredase meezinger: Als we gaan... dan gaan we met z'n allen. In de eerste editie van het Stappen Magazine interviewde we deze bekende Bredanaar al een keer. Nu, 10 jaar later, blikken we in deze jubileum editie terug en kijken we vooruit met Guido.

10 jaar later! 


Wanneer begon je met cabaret?
Alleen jezelf grappig vinden is niet genoeg. Gelukkig kwam ik er in mijn studententijd achter dat anderen ook moesten lachen als ik een grapje maakte. Tijdens mijn studie Vrijetijdsmanagement aan de NHTV in Breda begon ik met het mijn eerste voorstellingen. In 2000 studeerde Guido niet alleen af maar won hij ook de publieksprijs bij het grootste cabaretfestival van Nederland; ‘Cameretten’. In 2001 was ik 23 jaar en tekende bij een management.

Wat is je het meest bijgebleven van de afgelopen 10 jaar?
Ik kan terug kijken op heel veel fijne momenten. Of dat nu een optreden voor 12.000 man is in het Ziggo Dome met Gabbers, het Kerstcircus in het Chassé Theater, of een show voor 400 personen in de spiegeltent op de havenmarkt tijdens Winterland Breda. Ik vind het absoluut een kick om voor een groot publiek te staan, maar ook de optredens voor een kleiner publiek maken me gelukkig. Mensen horen lachen, dat maakt me altijd weer blij!

Wat is er de afgelopen 10 jaar veranderd? 
Mijn eerste show in 2001 was met gymschoenen, housemuziek en Red Bull. Het moest snel en met extreme energie. En de onderwerpen waren vaak makkelijk. Grappen had over studenten en geslachtsziekten of mooie vrouwen. Nu heb ik nu steeds meer maatschappelijke thema’s in m’n shows. Je verandert natuurlijk ook écht als je ouder wordt. Je wordt volwassener en je vindt andere dingen belangrijker. In het begin was ik vooral met mezelf en mijn carrière bezig. Tegenwoordig merk ik dat ik toch meer om me heen kijk en het waardevol vindt om iets voor anderen te doen. Als ik er straks niet meer ben, dan heb ik liever dat er op mijn grafsteen staat ‘hier ligt Guido hij maakte veel mensen blij’ in plaats van ‘hij kreeg veel applaus’. 


Wat zijn je idealen en hoe streef je deze na?
Er zit altijd een snijvlak in wat je idealen zijn en wat je écht doet. Je bent als mens nooit volledig consequent. Ik wil alles doen voor een beter milieu, probeer alles zo goed mogelijk te doen, maar ik vind het ook fijn om af en toe in bad te zitten in plaats van onder de douche te gaan. Ik heb een dikke auto, maar er zit wel een stekker aan. En ik eet geen vlees. Dat is het grootste dat je deze aarde kunt geven. Ik vind bovendien dat wij absoluut te veel bezig zijn met economische groei. We maken meer op in een hoger tempo dan dat de aarde kan herstellen. We moeten ons als mens meer beperken, simpelweg omdat de planeet waar we op leven ook haar beperkingen heeft.

Waar ben je op dit moment mee bezig? 
Ik ben de afgelopen tijd erg blij geworden van mijn ‘Masterclass Geluk’ die vanaf februari te zien is in het theater. Geluk is een extreem interessant onderwerp om 1,5 uur een college over te volgen of te geven. Het is een grappige theatercollege, maar vooral ook waardevol voor veel mensen. Voor en door deze voorstelling heb ik me heel erg verdiept in het onderwerp geluk.

Wat maakt jou gelukkig?
Ik word op dit moment blij van bananenkwark en gemberthee. Een moment van geluk is ook het zien van lachende en blije mensen.Maar het feit dat ik blij ben met mijn leven, dat ik tevreden kan zijn met alles en ik me geen zorgen hoef te maken, is ook geluk. Wetenschappelijk gezien zou ik zeggen: “Geluk is de perfecte balans tussen genot, tevredenheid en zingeving.” Maar als je het hebt over een geluksmoment, het voelen van vlinders in je buik, dan is het denk ik, een zaal die hard lacht. Dat went nooit.

Hoe zien mensen jou in het dagelijks leven? 
Ik ben naast het podium helemaal niet grappig. Ik moet echt dingen bedenken en nadenken over hoe ik iets grappig vertel. Ik ben geen Gordon die 80 oneliners uit zijn mouw schudt. Dat verwachten mensen wel van je. “He vertel eens een mop”. Mensen hebben een bepaalde verwachting, maar dat is hetzelfde als je aan een tennisser vraagt die geen racket heeft; sla eens een bal. Ik heb een theater nodig, licht en geluid, en mensen die naar me luisteren. Dat is toch anders dan dat je bier staat te drinken in de kroeg. Je hebt dan geen racket in handen. 

Wat betekent Breda voor jou?
Ik ben van nature helemaal niet iemand die aan een stad gebonden is. Ik heb heel veel gereisd en vind mezelf meer een wereldburger dan een Brabander. Australie, Cuba, Brazilie, India, Afrika, ik voel me overal wel thuis. Maar als ik in Breda door de stad fiets, heb ik bij alle straten en gebouwen wel leuke herinneringen of verhalen. Breda is thuis thuis voor mij. En het is natuurlijk ook een van de mooiste steden van Nederland! 

Hoe zit het met de oudejaarsconference? 
De rode draad komt toch uit mijn hart en ik zoek daar de actualiteiten bij. Onderwerpen als het behoud van de aarde blijven terugkomen, omdat ik zoiets een belangrijk onderwerp vind en ik van mening ben dat mensen dit nog te weinig zien. Wat ik interessant vind, komt in mijn show. Tegelijkertijd als ik in de zaal merk dat het niemand raakt, of niemand om lacht, dan haal ik het eruit. Onderwerpen moeten wel beklijven en blijven plakken bij de mensen in de zaal. Zo ontstaat in 50 voorstellingen samen met het publiek uiteindelijk een Oudejaarsconference.

Hoe zie je de toekomst?
Ik wil nog graag heel lang doorgaan en blijven vernieuwen. Elke twee jaar een nieuwe show bedenken is niet genoeg. Ik wil graag nog tot mijn 70e in het theater staan, maar het mag op geen enkele wijze saai zijn. Misschien ga ik wel iets doen met virtual reality of beweegt straks niet het podium maar het publiek. Als je nooit meer in je leven een uitdaging aangaat wordt het saai. Je moet jezelf creatief blijven prikkelen en blijven kietelen.

Tags: Interview, Guido Weijers